Een boom of struik plant je maar één keer, dus het is belangrijk om het meteen goed te doen. Volg deze stappen, en succes is gegarandeerd!

Tips bij transport

  1. Bescherm de wortels bij transport tegen uitdrogen met een zeil of plastic zak.
  2. Plant de boom of struik onmiddellijk. Lukt dat niet? Kuil dan het plantgoed met blote wortel in. Bedek de kluit met grond of zet de containerplant op een schaduwrijke plek.

Wanneer planten? 

Van half november tot eind maart, als de bomen geen bladeren hebben. Bij voorkeur in het begin van de winter. Plant op een vorstvrije, droge dag. De grond moet voldoende droog zijn om goed te bewerken.

Bomen opgekweekt in containers kan je in theorie jaarrond planten. Maar dat doe je beter niet. Het best plant je in november.

Aan de slag

  1. Graaf een plantgat dat 1,5 keer zo diep en breed is als de kluithoogte of de lengte van de wortels.
  2. Maak de grond in de plantput los.
  3. Zet je plant klaar. Bij containerplanten haal je die uit de plastic pot, maak je de wortelkluit goed los en meng je de potgrond met de grond in het plantgat. Bij kluitplanten verwijder je het omhulsel.
  4. Maak de kluit vochtig. Bij blote wortels kun je de wortels ‘pralineren’. Je maakt hiervoor een papje van grond en water waarin je de blote wortels dompelt. Zo drogen de wortels niet uit.
  5. Giet wat water in het plantgat als de grond droog is.
  6. Zet de boom of struik rechtop in de plantput. De wortelhals (overgang tussenwortel en stam) mag je niet bedekken en moet ter hoogte van het maaiveld. Plant hem iets hoger dan hij uiteindelijk moet komen. Door het plantgat weer dicht te maken zal de grond wat inzakken. Bij geënte bomen zit de entplaats minstens 10 cm boven de grond, om te voorkomen dat de bovenstam wortels aanmaakt.
  7. Spreid mooi de wortels uit in de put.
  8. Vul de put op met lokale grond. Compost of andere bemesting in het plantgat doen is onnodig en zelfs schadelijk voor de boom.
  9. Druk de aarde aan met je handen zodat die goed aansluit op de wortels.
  10. Geef een emmer water per boom of struik na de aanplant, behalve bij regenweer. In periodes van droogte dienen jonge bomen regelmatig water te krijgen, zeker de eerste twee jaren.
  11. Een jonge verplante notenboom geef je best twee steunpalen. Bijvoorbeeld een kastanje- of robiniapaal van 8 tot 10 cm dik en 2,5 m lang. Deze palen moeten 5 tot 10 jaar blijven staan. Zet je paal aan de kant vanwaar de overheersende wind komt, op 20 cm van de stam, en bind die vast met een boomband, in een achtlus.
  12. Als er grazende dieren in de tuin of weide lopen, dan is degelijke boombescherming noodzakelijk. Beschadiging van de boom of struik moet in ieder geval voorkomen worden. Denk in dit geval ook aan het gebruik van grasmachine, bosmaaier… Misschien is het nodig om enkele stevige korte paaltjes te kloppen zodat er nooit tot tegen de stam kan gereden worden.

Onze sponsors

Ontvang onze nieuwsbrief