Image
Om noten te vormen, moet er bestuiving aan vooraf gaan. Het type bestuiving hangt af van de soort én het ras. We maken het onderscheid tussen twee types van bestuiving:
- zelfbestuiving: stuifmeel wordt overgebracht naar de stempel van dezelfde bloem. Amandel is (meestal) een zelfbestuiver. Je hebt maar één boom nodig om noten te oogsten.
- kruisbestuiving: stuifmeel wordt geleverd aan een bloem van een andere plant.
De meeste hazelaars, walnoten, kastanjes hebben bestuiving door een andere boom van dezelfde soort nodig. Er bestaan uitzonderingen, bijvoorbeeld het ras ‘Broadview’ kan zichzelf ook bestuiven. Twee of meer verschillende rassen geven meestal betere kruisbestuiving, en dus ook meer noten.
En dan zijn er nog twee bestuivingswijzen:
- door insecten: bijen, hommels,... Die vliegen tot 3 kilometer ver, maar algemeen geldt dat maximaal 40 meter afstand de effectiefste insectenbestuiving geeft. Amandel en kastanje worden door insecten bestoven.
- door de wind: hazelaar en walnoot hebben heel licht stuifmeel, dat door de wind wordt vervoerd. Dat stuifmeel kan vele kilometers ver vliegen. Maximaal 1 km afstand geeft effectievere windbestuiving.
Wat nu in de praktijk?
- Een bloeiende walnoot krijgt genoeg stuifmeel uit de ruime omgeving: je hoeft maar één boom te planten.
- Met één amandelboom heb je al goede productie, maar kruisbestuiving geeft nog wat meer productie.
- Fiets in je buurt rond en kijk of er al kastanjes (binnen de 40 m) of hazelaars (binnen de kilometer) staan als je die wilt aanplanten. Die bomen/struiken kunnen stuifmeel leveren aan jouw boom/struik. Zijn die er niet, dan plant je zelf minstens twee exemplaren van kastanje of hazelaar. Kies dan meteen ook twee of meer verschillende rassen voor betere kruisbestuiving.
Meer tips
Meer over het project