Aardappelmoeheid wordt veroorzaakt door aaltjes, die vooral het gevolg zijn van een te korte teeltwisseling. Als je te vaak aardappelen na mekaar kweekt, krijg je er gauw last van.

Wat is de oorzaak?

Er zijn twee soorten aardappelcystenaaltjes: het gele (Globodera rostochiensis) en het witte (Globodera pallida). Deze minuscule aaltjes of nematoden zijn verantwoordelijk voor een verlies van 10% van de aardappeloogst in onze streken. Dit verlies noemen we aardappelmoeheid. In een aangetast aardappelveld zie je typische plekken waar de planten slecht groeien en weinig tot niets opbrengen.

De aaltjes penetreren de wortel van een aardappelplant en eten de voedingsstoffen van de plant op, waardoor de aardappelplant niet verder kan groeien en/of afsterft. Onder invloed van speeksel van het aaltje ontstaan door celfusie grote meerkernige voedingscellen, waaruit het aaltje zich de rest van haar leven voedt.

Het aardappelcystenaaltje is een parasiterende worm. Het achterlijf van het vrouwtje blijft buiten de wortel steken en zet uit. Als het vrouwtjesaaltje sterft, bevinden zich in het achterlijf ongeveer 200 eitjes. De eitjes worden dus niet gelegd maar liggen goed beschermd in de huid van de moeder. Het achterlijf met de eitjes wordt ook wel een cyste genoemd.

Wanneer komen de eitjes uit?

De cysten laten los van de wortel en blijven na het rooien van de aardappels achter in de grond. Deze cysten blijven zelfs onder extreme condities, bijvoorbeeld een temperatuur van -40° C of droogte, intact. De eitjes komen uit als er een stof in de grond terechtkomt, die wordt uitgescheiden door de jonge groeiende aardappelplant. Deze wekstof voor de aaltjes heet Solanoeclepine A.

Wat kun je doen?

Een ruime teeltwisseling (1 op 4, dus drie jaar wachten tussen twee teelten) voorkomt al een opbouw van aaltjespopulatie en verder zijn er ook resistentere rassen. De meeste nieuwe rassen zijn resistent tegen één of meer types van aaltjes. Een andere voorzorgsmaatregel is veel verschillende rassen telen, zodat je het risico op aaltjesopbouw vermindert.
 
Aardappelopslag – dus achtergebleven aardappelen van vorig jaar die weer gaan groeien - kan na enkele jaren leiden tot een zeer grote toename van de nematodenpopulatie. Er wordt geschat dat opslag van een vatbaar ras tot gevolg heeft dat het aantal cysten verdrievoudigt (in een jaar zonder aardappelteelt). Vooral na een zachte winter kunnen de op het veld achtergebleven aardappelknollen ontsnappen aan de bevriezing en in het voorjaar terug uitlopen. Haal dus bij het rooien alle aardappelen uit de grond, ook de kleintjes.

Als nateelt van vroege aardappel kun je Solanum Sisymbrifolium zaaien. Dit gewas is nauw verwant met de aardappel en wekt de aardappelcystenaaltjes uit hun cysten, maar ze krijgen van deze soort geen voedsel waardoor ze sterven. Als je vroeg zaait, krijg je de vruchten en meer zaad. Zaaien in juni of later geeft wellicht hoogstens de mooie bloemen.

Interessante boeken over dit thema

Image
Velt-samentuin Koudenborm
Activiteiten over dit thema

De Velt-groepen organiseren heel wat workshops, lezingen en andere activiteiten over koken, tuinieren en meer. We verzamelen ze voor jou in een handige activiteitenkalender met kaart.

Image
Zaaien
Vraag het de expert (exclusief voor leden)

Heb je nog een vraag over dit thema en ben je lid van Velt? Dan kun je te rade gaan bij een van de Velt-experten.

Image
Veelgestelde vragen

Leden van Velt weten meer

Voor kennis en praktische tips over ecologisch tuinieren en koken moet je bij Velt zijn.

Geniet van deze schat aan informatie.

Word lid van Velt

Sponsors

Abonneer je op onze nieuwsbrief