Met de eerste lentezon ontwaken de eerste hotelgasten in bijenhotels. Bijenhotels zijn de laatste jaren erg populair en zijn een leuke en leerzame manier om bijen te helpen. Toch zijn er maar een paar soorten wilde bijen die je hierin tegenkomt. Om van je tuin of terras een thuis te maken voor wilde bijen, voorzie je best meer dan enkel een bijenhotel.
Auteurs: Yacine Ryckebusch, Linde Slikboer (Stichting EIS), Jens D’Haeseleer (Natuurpunt)
Wilde bij
Bijen zijn erg belangrijke bestuivers. Zonder hen geen heerlijke courgettes, knapperige appels, schone bloemen,… De honingbij is alom bekend, maar wist je dat er in onze streken nog ruim 400 andere bijensoorten verantwoordelijk zijn voor de bestuiving? We noemen ze wilde bijen omdat ze niet verzorgd worden door de mens. De overgrote meerderheid van de wilde bijen leeft alleen en noemen we solitaire bijen. Een kleine subgroep, de hommels, leeft in groep.
Jammer genoeg gaat het alarmerend slecht met onze wilde bijen. Meer dan de helft van de bijensoorten in Nederland en België is in zekere mate bedreigd. De belangrijkste oorzaken zijn ons dominant landbouwmodel gekenmerkt door intensivering en schaalvergroting inclusief het gebruik van schadelijke pesticiden en kunstmest, en het verdwijnen en versnipperen van leefgebieden voor bijen. Wilde bijen kunnen dus alle hulp gebruiken. Door in je tuin voldoende nestplaatsen, voedsel, plekjes om zich op te warmen én af te koelen te voorzien, help je ze al een heel eind vooruit.
Nestplaatsen
Wilde bijen hebben allereerst een nestplaats nodig om hun larven te laten opgroeien. Ze leggen er hun eieren in en voorzien de larven van stuifmeel. Het ophangen van een bijenhotel kan een eerste stap zijn. Toch zal je in een bijenhotel maar gemiddeld 3 tot 5 van de 400 wilde bijensoorten tegenkomen. Dit komt doordat de meeste bijensoorten, zo’n 70%, ondergronds nestelt. Voorzie je zowel boven- als ondergrondse nestplaatsen in je tuin, dan kan je zeker tot zo’n 100 verschillende soorten wilde bijen aantrekken.
Bodemnesten worden door bijen vaak gemaakt op open, zonbeschenen bodems. Heb je in je tuin een stuk helling in de zon? Dan kan je de bodemnestelaars al een eind op weg helpen door een stuk hiervan vrij te houden van begroeiing. Hoewel hellingen bijzonder populair zijn bij bijen, nestelen vele soorten ook gewoon tussen de vegetatie in borders en gazons op vlakke stukken. Om je gazon interessanter te maken voor grondnestelende bijen, laat je best een stuk kort gemaaid de winter ingaan. Zo valt er meer zonnestraling op de bodem en warmt deze sneller op.
De nesten bovengronds worden dan weer gemaakt in onder andere holle stengels en aangetast hout. Om de bovengronds nestelende bijen bij te ondersteunen kan je uitgebloeide plantenstengels en dode bomen laten staan, snoeihout laten liggen, en planten voorzien planten met merghoudende stengels zoals distels, engelwortel, koningskaars, venkel, bramen, …
Bed mét breakfast
Naast een bed hebben wilde bijen natuurlijk ook een breakfast nodig. Volwassen bijen smullen voornamelijk van suikerrijk nectar, wat hun brandstof geeft om in beweging te blijven. De larven daarentegen krijgen van hun lieve ouders eiwitrijk stuifmeel om te kunnen groeien. Beide voedselbronnen verzamelen de bijen uit bloemen.
Aangezien elke bij een eigen periode heeft wanneer die uitvliegt, kan je bijna het hele jaar door bijenactiviteit hebben in je tuin. Het is daarom goed om veel variatie te voorzien in inheemse planten die op verschillende tijdstippen bloeien. Zo vinden bijen gedurende het hele jaar nectar-en stuifmeel in je tuin.
Zo is er bijvoorbeeld de klimopbij die enkel in de nazomer tussen half augustus en half oktober uitvliegt en uitsluitend stuifmeel verzamelt voor haar larven van de bloemen van de klimmende klimop. Terwijl de rosse metselbij, een bekende inwoner van onder andere bijenhotels, al vanaf maart verschijnt en blij is met verschillende vroegbloeiende vaste planten zoals longkruid in de schaduwborder of aal- of kruisbes in de heg.
Creëer microklimaten
Als laatste is het ook belangrijk om in je tuin zo veel mogelijk structuur aan te brengen. Dit doe je door meerdere lagen van planten te voorzien op eenzelfde oppervlakte. De hoogste laag kan een boom zijn. In een kleine tuin kan je gaan voor een kleine boom, een grote struik of een klimplant. De volgende laag is een lagere struik. Vervolgens voorzie je een kruidlaag.
Hoe meer afwisseling van verschillende biotopen, hoe meer microklimaten je creëert in je tuin waardoor bijen plekjes vinden om te schuilen, af te koelen en op te warmen. Kies je de planten in elke laag ook kieskeurig uit, dan kom je tot een echt bijenparadijs. Weet je niet waar te beginnen met je plantenkeuze, begin dan allereerst met planten uit de volgende families: composieten, vlinderbloemigen, lipbloemigen, rozen en klokjes.
Leer je nieuwe bezoekers kennen
Dan rest ons tot slot alleen nog de oproep om wat dichterbij te gaan kijken naar het nieuwe leven dat je tuin komt bezoeken. Want voor wilde natuur moet je niet naar afgelegen exotische delen van de wereld trekken, het gebeurt gewoon in je eigen achtertuin.
Nu in maart kan je al een hommelkoningin tegenkomen. Door hun beharing kunnen hommels goed tegen de kou. De meeste andere wilde bijen zal je pas later op het jaar aantreffen. In april kan je op zoek gaan naar de pluizige zandbij, vaak te vinden rond wilgen of laag tegen de grond. Of ga in augustus eens op stap in je buurt en kijk of je tussen de stoeptegels zandhoopjes ziet van de grondnestelende pluimvoetbij. De ObsIdentify app helpt je bij het op naam brengen van je nieuwe ontmoetingen.
De meeste solitaire bijen kennen maar één generatie per jaar, met een kort actief leven van ongeveer zes weken. Haast je dus naar buiten!
Plantenkeuze
Soorten voor in zonneborder
Rapunzelklokje (Campanula rapunculus): geschikt voor matig vochtige zand-, zandleem- en leemgrond
Duizendblad (Achillea millefolium): geschikt voor zand-, zandleem- en leemgrond
Boerenwormkruid (Tanacetum vulgare): geschikt voor matig vochtige zandleem-, leem- en kleigrond
Soorten voor in bloemrijk grasland
Knoopkruid (Centaurea jacea): geschikt voor zand-, zandleem-, leem- en kleigrond
Margriet (Leucanthemum vulgare): geschikt voor zandleem-, leem- en kleigrond
Rode klaver (Trifolium pratense): geschikt voor zandleem- en leemgrond
Soorten voor in de schaduwborder
Longkruid (Pulmonaria officinalis): geschikt voor zand-, zandleem-, leem- en kleigrond
Gele dovenetel (Lamium galeobdolon): geschikt voor matig tot vochtige zand-, zandleem-, leem- en zandgrond
Soorten voor in de heg
Sporkehout (Frangula alnus): geschikt voor matig tot vochtige zand-, zandleem-, leem- en veengrond
Sleedoorn (Prunus spinosa): geschikt voor leemgrond
Wat doet de overheid voor de wilde bijen?
Met het Vlaams actieplan voor wilde bestuivers 2022-2030 neemt de Vlaamse Overheid doortastende maatregelen om de negatieve daling van wilde bestuivers een halt toe te roepen. Het actieplan bevat 37 concrete acties die de komende jaren uitgevoerd worden op het terrein.
Met de Nationale Bijenstrategie werkt de Nederlandse overheid samen met 100 partners, waaronder provincies, gemeenten en waterschappen, natuurorganisaties, brancheorganisaties en bedrijven en kennisinstellingen aan verschillende initiatieven om bestuivers te behouden en bevorderen.





