Wie het aanbod in onze samenaankoop biologische zaden goed bekijkt, detecteert een tiental variëteiten van een nieuwe bron: De Tuinen van Weldadigheid. Hun aanbod maakt ons zadenassortiment nóg uitgebreider. Al is dat tiental lang niet representatief voor het bedrijf. De hoeveelheid variëteiten die je daar kunt vinden, gaat richting de duizend. Lambert Sijens en Jolanda Loonstra zijn de oprichters en drijvende krachten. Ze kweken en vermeerderen historische en bijzondere rassen op hun drie hectare in het Drentse Veenhuizen.
Weldadig
‘In de 19de eeuw werd in Veenhuizen een van de zeven Koloniën van Weldadigheid opgericht’, vertelt Lambert. ‘Ze hadden als doel de armoede na de Franse overheersing te bestrijden. Jolanda en ik vonden weldadigheid zo’n mooi woord. Zo werd het de Tuinen van Weldadigheid. Een andere – kortere – naam is er nooit meer gekomen…’
Die weldadige tuinen hebben vandaag de grootste en meest unieke collectie aardappels van Nederland. Zo’n 130 variëteiten in totaal. En 90 knoflookrassen en ongeveer 500 peulvruchten. Lambert: ‘Ons aanbod voor Velt zit meer in de sfeer van wilde planten en bloemen, zoals zwarte toorts, hartgespan, zeepkruid en tandzaad. Plus nog een paar eetbare gewassen, die eigenlijk het leeuwendeel van ons bedrijf vormen.'
Organische evolutie
Zeventien jaar geleden lag de focus nog niet op zaad, dat is organisch zo gegroeid. ‘In het begin teelden we alles wat eetbaar was en niet in de winkel lag. Onze afzet ging naar restaurants en groothandels, en ik stond op (streek)markten. Pas een jaar of vijf geleden zijn we geëvolueerd naar het kweken van het uitgangsmateriaal: het zaad zelf, of pootgoed. We concentreren ons meer en meer op de online verkoop via de webshop’, zegt Lambert. Vandaag vind je ook bloemen- en kruidenzaad in de webshop.
'Het is ook een sociaal project. Volwassenen met een psychiatrische achtergrond en een gemiddeld tot hoog IQ kunnen hier terecht om weer op hun plooien te komen'
‘Er was best wel vraag naar’, aldus Jolanda. ‘Dus zijn we gaan kijken wat er op ons land groeide dat we konden oogsten. Verder bestaat het aanbod uit wat we leuk vinden. Of soms speelt het aspect toeval mee. Waar vroeger alles eetbaar was, heb je nu ook een categorie geneeskrachtig of vlinder- en bijvriendelijk.’
Drie takken
Van bij het prille begin, in 2007, wilde het koppel een gecombineerd bedrijf met drie takken: een boerderij met bijzondere groenten (destijds met verse productie, nu voor het zaad), gecombineerd met zorg én toeristisch-educatieve activiteiten. Ze geven rondleidingen, lezingen en cursussen, er is elk jaar een eetbare plantjesmarkt en zelfs een knoflookdag. En tijdens de zomermaanden kun je voor vier euro vrij struinen in de tuinen.
Omdat het koppel twintig jaar geleden in aanraking kwam met psychische klachten in hun vriendenkring, kozen ze specifiek voor deze zorgdoelgroep: volwassenen met een psychiatrische achtergrond en een gemiddeld tot hoog IQ. Lambert: ‘Een van mijn ex-collega’s kreeg een psychose en werd opgenomen. Ik vond het vreselijk om hem te zien in de inrichting, en kon niet geloven dat je op zo’n plek beter kunt worden. Het is zeker een aanleiding geweest om deze plek te creëren. De man heeft hier een hele tijd meegedraaid – nu heeft hij ons niet meer nodig. Ons takenpakket, dat uit vele verscheidene stapjes en precisiewerk bestaat, past perfect bij deze doelgroep.’
(Lees verder onder de foto.)
Augurk met een puntje
Olijfkomkommer vind je ook in de zadenlijst. Je herkent het zaad uit de duizend: dik, donker, vierkantig met langs één zijde een puntje. Het lijkt wel een stukje schors. ‘Ik denk dat het Peter Bauwens van De Nieuwe Tuin was, die de naam schonk aan deze vrucht uit de komkommerfamilie', zegt Lambert. ‘Wij laten hem klimmen in een gaas. Het blad lijkt op dat van hennep, en in de loop van de zomer komen er kleine vruchtjes aan.’
Waar lijkt zo’n vruchtje op? Jolanda en Lambert proberen een goede beschrijving te vinden. ‘Het heeft een puntje. Langwerpig met een puntje. Een gestroomlijnd augurkje?’ De vruchten verstoppen zich vaak, en dan vind je ze pas als ze al vijf tot tien centimeter groot zijn. Dan kun je ze in reepjes snijden en roerbakken. Maar meestal eet je ze rauw als ze één of twee centimeter groot zijn, als een olijf. 'Ik ben geen komkommerfan’, geeft Lambert toe, ‘dus ik eet ze niet veel. Maar ik vind de vruchtjes meer naar rauwe boontjes smaken dan naar komkommer.’
Mijn oog valt ook op ashwaghanda, die ik alleen ken uit de Ayurvedische geneeskunde als plant met vele gezondheidsvoordelen. ‘Hij wordt ook Indiase ginseng genoemd en is een plant uit de nachtschadefamilie’, zegt Lambert. ‘Hij groeit hier heel gemakkelijk, al kweken wij hem steevast in de serre.’
Gewassen met vegetatieve voortplanting
Lamberts grote liefde is de aardappel, want daar is hij mee opgegroeid. ‘Mijn vader werkte zijn leven lang in de aardappelsector. Die aardappelliefde zit dus in de genen. In de zomermaanden deed hij pootaardappelselectie door zieke planten te verwijderen op het veld. Het is best een uitdagende teelt om te vermeerderen, er loeren continu ziektes om de hoek. Onder andere van mijn vader leerde ik afwijkingen detecteren en zien of een plant besmet is met een virus of bacterie. Phytophthora kan ik zelfs ruiken!’
Nog een korte theorieles. (Zoete) aardappel, aardpeer en knoflook zijn voorbeelden van vegetatieve gewassen: de vermeerdering gaat via bollen, knollen, uitlopers of stekken. Je neemt dus een deel van de plant als uitgangsmateriaal voor volgend jaar. In tegenstelling tot generatieve voortplanting, die via bestuiving en bevruchting in de bloemen verloopt.
(Lees verder onder de foto.)
Winkel met knoflookbloemstelen
In de winkel vind je naast zaad en pootgoed ook producten van eigen veld. Vruchtensappen en jam, maar ook vlierbloesemsiroop en knoflookbloemstelentapenade (een mooi woord voor een spelletje Scrabble!). Jolanda: ‘Die lichtgroene tapenade is altijd populair. Al smaakt hij – net als wijn – elk jaar nét wat anders. Daarbij verandert die smaak met ouder worden. Ik maak hem wanneer de stelen van de knoflook geoogst worden, eind mei. Daarna kan al de energie naar de knol(vorming) gaan, die we een dikke maand later oogsten.’
Lambert krijgt het laatste woord: ‘Onze missie is helder, toch? Oude rassen opnieuw beschikbaar stellen voor moestuiniers. En ons uitgangspunt is: we doen alles zelf. We hebben het hele proces, van zaad tot zaad, in eigen handen.’
Meer info: detuinenvanweldadigheid.nl.


