Hommels zijn de eerste van alle wilde bijen die uitvliegen. De koningin overwintert in haar eentje op een beschutte plaats en vliegt uit bij de eerste zonnestralen. Je herkent ze aan haar afmetingen: zij is groter dan de werksters die je later in het seizoen ziet.
Omdat ze behaard zijn, kunnen hommels beter tegen de koude dan de onbehaarde bijen. Om te kunnen vliegen, moeten de vleugels wel voldoende opwarmen. Naarmate het warmer is, verkort de tijd die daarvoor nodig is. In het vroege voorjaar bij 6 graden duurt dat 15 minuten. Bij 20 graden slechts enkele seconden. De koningin is de eerste. Zij kan al vliegen bij 2 graden. Ze zoekt vervolgens een nestplaats en legt enkele eitjes waar de eerste werksters uit komen. Die vliegen dan weer bij 6 graden.
Vroege bloeiers
De koningin doet beroep op vroege bloeiers om voedsel te vinden. In je bollengrasland gaat het om krokussen, blauwe druifjes en narcissen, in de schaduwborder vindt de hommel longkruid en sleutelbloem en bij de bomen zijn de wilgensoorten bij de eerste bloeiers (boswilg, grauwe wilg, bittere wilg). Daar vindt de koningin stuifmeel en nectar. Zodra de werksters uitkomen, zullen zij voedsel verzamelen en zal de koningin zich focussen op haar belangrijkste taak, namelijk eitjes leggen.
Een bollengrasland is een leuke stap om iets te doen voor hommels. De vroege bloeiers zoals krokussen en narcissen, zorgen voor stuifmeel en nectar voor hommels en andere bestuivers. Het is nog tamelijk fris buiten, dus zelf zal je vooral genieten van het zicht van je bollengrasland. Tegen dat de bollen zijn uitgebloeid en vergeeld (in mei), kan je het grasland weer kort maaien. Je bollengrasland wordt gazon en jij kan dat de hele zomer gebruiken. Bollen planten doe je in september of oktober, maar rondkijken en plannen kan je nu al doen.