Moet ik me als (groot)ouder zorgen maken?
Paniek is niet nodig, waakzaamheid wel. Dat er pesticiden in het stof zitten, betekent niet dat je kind er ziek van wordt. Ons onderzoek meet welke pesticiden aanwezig zijn, niet hoeveel een kind er effectief binnenkrijgt.
Toch zijn er redenen om dit ernstig te nemen. Een deel van de gevonden pesticiden staat volgens de internationale databank PPDB bekend om schadelijke eigenschappen: ongeveer een op de drie is hormoonverstorend, een op de vijf kan de vruchtbaarheid schaden en een op de zes is giftig voor het zenuwstelsel.
Meestal geldt: een lage dosis berokkent weinig schade, een hoge dosis veel schade. Bij hormoonverstoorders gaat deze stelling niet op. Een lage dosis kan, bij blootstelling op een specifiek moment in de ontwikkeling, al verstorend werken.
Bovendien zit er nooit maar één pesticide in het stof. Gemiddeld vonden we er 18 per klas. Wat zo’n combinatie op lange termijn doet, is nooit onderzocht, en er bestaan geen normen voor. Kinderen komen er wel elke schooldag mee in contact. We legden de resultaten daarom voor aan een kinderarts en een toxicoloog. Daarover lees je meer in het rapport zelf.
Het goede nieuws: je kunt de blootstelling zelf verkleinen (lees onze tips hierover bij de vraag "Wat kan ik als school/ouder doen?". Daarnaast is het aan de overheid om kinderen beter te beschermen.