Om groenten te kunnen telen moet je een goede bodem hebben. Ideaal is een bodem die niet verontreinigd is, die niet te zwaar of te zanderig, niet te droog of te nat is, met voldoende humus en voedingsstoffen, en een goede pH.
Bodemverontreiniging?
Kijk op op www.gezonduiteigengrond.be/doe-de-test.
Als er vermoedens zijn van historische vervuiling, dan moet de bodem geanalyseerd worden op de vermoedelijke vervuilende stoffen: pcb's, zware metalen, etc.
Als je perceel dan vervuild blijkt, kun je in bakken en zo kweken, maar je zoekt beter een ander stuk grond.
Grondsoort
Ideaal is een zandleemgrond, maar uiteraard kun je je grondsoort niet zelf kiezen.
Om te weten tot welke soort de bodem van je perceel behoort, kun je een kijkje nemen op de kaart van het Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen.
Doe zelf de kneedtest. Knijp een handvol aarde samen.
- Vormt de aarde een los bergje, dan bestaat je bodem uit zand of lemig zand.
- Kun je een rolletje maken, dan is het zandig leem of leem.
- Kun je dit rolletje buigen tot een hoefijzervorm, dan heb je (kleiig) leem.
- Kun je bijna boetseren met de aarde, dan bestaat deze uit klei.
Hier lees je meer over zware leem/klei en zandgrond, en hoe je ze kunt verbeteren. Met name compost verbetert alle grondsoorten.
Ook lavagruis (0 à 2 mm) en lavazand (0 à 8 mm) maken zware gronden beter bewerkbaar en luchtiger. Werk 2 à 5 m3 per are in, in de bovenste 10 cm.
Graaf proefputjes
Graaf in de vier hoeken en in het midden van het perceel, putjes van 30 x 30 x 30 cm met een spade. Wat zie je?
- Pluspunten zijn:
- Pieren en ander bodemleven
- Zwarte, rulle grond, met name bovenaan
- Ook onderin raak je makkelijk door de grond met je spade
- Minpunten zijn:
- Puin en ander afval (zie vervuiling, boven)
- Een ondoordringbare laag: laat het perceel dan diepploegen of –woelen.
- Hoog grondwater
Hoog grondwater
Natte grond moet je mijden, want groenten hebben een luchtige grond nodig om goed te wortelen. Hoe zie je dat je te natte grond hebt?
- Graaf proefputjes, vooral in de winter.
- Kijk hoe hoog het water staat in waterlopen in de buurt.
- Vraag na bij de buren of bij een plaatselijke firma die putboringen doet.
Ook in overstromingsgebieden moet je geen samentuin starten. Behalve wateroverlast is er ook het risico op vervuiling van je perceel.
Voed je grond
Groenten hebben voeding nodig. Laat daarom steeds een bodemonderzoek uitvoeren. Zo weet je hoeveel compost en andere voedingsstoffen je kunt toevoegen om intensief groenten te telen.
Compost is de beste bemesting voor je grond.
Verzamel ook deze plaatselijke materialen (biomassa!) voor je composthoop:
- Houtsnippers, herfstbladeren etc van de gemeente
- Onbespoten grasmaaisel
- Mest, van alle dieren behalve katten en honden
- Tuinafval van de samentuin, van tuinaannemers
- Maaisel van natuurgebieden…
Je plaatselijke compostmeester/kringloopkracht helpt om al die materialen om te zetten tot een waardevolle grondstof voor de komende jaren