Gepubliceerd op:
28.03.2023

Er zijn vele soorten bladluizen, allemaal met een eigen specialisatie. Zo heb je de zwarte bonenluis, waarvan de eitjes overwinteren op Gelderse roos, sneeuwbal of kardinaalsmuts. In de zomer geeft ze de voorkeur aan bonen, bieten en Oostindische kers. In maart komen de bladluizen uit. Vervolgens nemen ze flink toe in aantal. Dat begin je merken in april.

Planten kunnen wel wat bladluizen aan. Krijgt een plant te veel bladluizen over zich, dan kan je gekrulde en misvormde bladeren zien. Als bladluizen meer suikers eten dan ze nodig hebben, dan scheiden ze dat uit als honingdauw. De plakkerige honingdauw is een goede groeibodem voor schimmels. Als een blad bedekt is met bijvoorbeeld roetdauwschimmel, dan is het afgeschermd van het zonlicht en wordt fotosynthese moeilijk.

Met een beetje geduld komen er al snel natuurlijke vijanden af op de bladluizenkolonies. Belangrijke natuurlijke vijanden van bladluizen zijn de larven van zweefvliegen en gaasvliegen, de larven en de adulten lieveheersbeestjes, galmuggen en sluipwespen. Lieveheersbeestjes zijn meestal de eerste om een lekkere kolonie bladluizen te spotten. Het vrouwtje van het zevenstippelig lieveheersbeestje legt eitjes in de tweede helft van maart, in de buurt van bladluiskolonies. Na enkele dagen komen de eitjes uit. De larven eten flink veel bladluizen.

Zo lok je natuurlijke vijanden naar je tuin:

  • Wees blij als je vroeg op het seizoen bladluizen ziet
  • Grijp niet in, maar geef lieveheersbeestjes en andere predatoren de tijd om eitjes te leggen
  • Geef de eitjes de tijd om uit te komen
  • De volwassen zweefvliegen leven van stuifmeel en nectar van onder meer vele schermbloemigen zoals wilde peen, pastinaak, engelwortel, venkel en roomse kervel.

Onze sponsors

Ontvang onze nieuwsbrief