Na het oogsten van bijvoorbeeld de eerste aardappelen komen heel wat percelen bloot te liggen. Blote grond is onnatuurlijk en probeer je te vermijden in een ecologische moestuin. Bij zwaar zomeronweer kan anders heel wat vruchtbare grond wegspoelen, dit ten koste van de bodemstructuur en het bodemleven. Zaai of plant daarom een nateelt of zaai een groenbemester.

Wat zijn groenbemesters?

Groenbemesters zijn gewassen die je zaait om de grond van jouw moestuin te verbeteren, niet om ze daarna op te eten. Voorbeelden zijn klaver, gele lupine, gele mosterd, luzerne en bladrammenas. 

Groenbemesters groeien snel en bedekken de grond. Zo voorkom je onkruidgroei, uitspoeling van voedingsstoffen en wateroverlast op jouw perceel. Bovendien bevordert het de humusopbouw en wateropslag in de bodem, wat bijdraagt aan een betere bodemstructuur.

Wanneer en waar zaai je groenbemesters?

  • Je zaait groenbemesters vooral als nateelt, en vooral van juli tot september. Ook als voor- en tussenteelt zijn groenbemesters geschikt.
  • In oktober of november kun je hoogstens nog winterspinazie en wintergranen (rogge) zaaien.
  • Je kunt ook elk jaar een heel bed vol groenbemesters inzaaien, als deel van jouw vruchtwisseling.

Hoe zaai je groenbemesters?

  • Als mengsel? Als je een mengsel koopt, zitten daar meestal kruisbloemigen in. Je kunt ook zelf een mengsel maken.
  • Breedwerpig? Dat is het minste werk. Maar als je jouw hele bed inzaait, is het moeilijker om ongewenste van gewenste kiemplantjes te onderscheiden.
  • In rijen, met 25 cm tussen. Deze techniek is heel handig, want je kunt nog een paar keer tussen de rijen schoffelen. Daarna bedekt de groenbemester vlot het hele bed.

Om aan te denken

Hoe en wanneer stop je de groei van groenbemesters?

  • Als je groenbemesters vroeg genoeg zaait, gaan ze bloeien en zaad vormen. Dat laatste wil je meestal niet.
  • Snijd het loof tegen de grond af voor of tijdens de bloei. Laat het loof liggen als mulch, leg het op een ander bed als mulch of breng het naar de composthoop. Drie voorbeelden uit de praktijk:
    • Zaai phacelia in april, op het pompoenbed. Maai half mei de plantjes af waar je de pompoenen gaat planten.
    • Zaai zonnebloem (1 zaadje per 5 cm) begin juli, tussen de pas geplante prei. Zodra de zonnebloem even hoog staat als de prei, snijd je de zonnebloemplanten af en laat je ze liggen als mulch.
    • Snijd phacelia of bernagie tot 10 cm boven de grond af in november en leg het loof tussen jouw winterprei, op een ander bed.
  • Vorstgevoelige groenbemesters stoppen hun groei vanzelf in de winter.
  • Spontaan uitgezaaide groenbemesters kun je makkelijk wegschoffelen zodra het in de weg staat. Schoffel bij droog weer en laat de geschoffelde plantjes gewoon liggen.

Kies groenbemesters die niet bevriezen

  • In een normale winter vriezen veel groenbemesters dood en vormen dan een langzaam verterende mulchlaag. Wat er in de lente van overblijft, kun je op de composthoop brengen of gebruiken als mulch.
  • Meest vorstgevoelig zijn: alle tagetes, boekweit, bernagie, Oost-Indische kers. In een normale winter vriezen ook deze groenbemesters dood: phacelia, gele mosterd, Alexandrijnse klaver, wikke, veldboon, Japanse haver, goudsbloem, koriander. Als jong plantje weerstaan ze wel beter aan kou dan wanneer ze al groter zijn bij het begin van de winter.
  • Rogge en andere wintergranen zijn niet vorstgevoelig. Klassiek worden die dan ondergespit in het voorjaar. Kies dus beter voor groenbemesters die bevriezen: die geven minder werk.

Let op de vruchtwisseling

  • Je laat best een periode van 6 jaar tussen kruisbloemigen, zoals gele mosterd en bladrammenas, en kolen. Zo loop je minder kans op knolvoet.
  • Ook tussen vlinderbloemige groenbemesters en peulgewassen laat je best een aantal jaren.
  • Er zijn genoeg niet-vlinderbloemige en niet-kruisbloemige groenbemesters. Kies vooral die gewassen.
Image
Goudsbloem in januari
Goudsbloem in januari
Foto: Lieven David

Lok nuttige insecten naar jouw tuin

  • Vlinderbloemige groenbemesters als klaver, lupine, wikke leggen stikstof vast. 
  • Veel bloeiende groenbemesters trekken nuttige insecten aan:
    • bijen, hommels, solitaire bijen. Onder meer phacelia is een heel goede drachtplant.
    • natuurlijke vijanden zoals zweefvliegen en sluipwespen
  • Bernagie (Borago officinalis): op de onderkant van het blad leggen gaasvliegen hun eitjes. De larven van gaasvliegen vreten onder meer bladluizen.
  • Goudsbloem en Oost-Indische kers trekken zwarte bonenluis aan, en dus ook lieveheersbeestjes en andere natuurlijke vijanden.

Hoe bedek je de bodem zonder groenbemester?

Groenbemesters hoeven niet per se als je voortdurend je bodem bedekt met:

  • Eetbare gewassen, bijvoorbeeld:
    • Zaai winterpostelein en veldsla waar de late aardappelen geoogst zijn (augustus/september). 
    • Zaai of plant (in de voorzomer/zomer) op het bladgewassenperceel winterprei en warmoes. Die groenten komen vlot de meeste winters door, en bedekken intussen je bodem.
    • Zaai winterspinazie waar je in september/oktober nog een plekje vrij hebt. Je oogst dan net voor de winter, tijdens zachte winters en nog in het vroege voorjaar.
    • Ook rapen zijn een klassieke nateelt/groenbemester. Let wel op met je vruchtwisseling: raap is een kruisbloemige.
  • Mulch

Interessante boeken over dit thema

Image
Velt-samentuin Koudenborm
Activiteiten over dit thema

De Velt-groepen organiseren heel wat workshops, lezingen en andere activiteiten over koken, tuinieren en meer. We verzamelen ze voor jou in een handige activiteitenkalender met kaart.

Image
Zaaien
Vraag het de expert (exclusief voor leden)

Heb je nog een vraag over dit thema en ben je lid van Velt? Dan kun je te rade gaan bij een van de Velt-experten.

Image
Veelgestelde vragen

Leden van Velt weten meer

Voor kennis en praktische tips over ecologisch tuinieren en koken moet je bij Velt zijn.

Geniet van deze schat aan informatie.

Word lid van Velt

Sponsors

Abonneer je op onze nieuwsbrief