Vaak is de bodem in stadstuinen sterk gecompacteerd, verstoord of zelfs vervuild. In extreme gevallen is er slechts heel weinig grond en is heel veel, zo niet alles, van de bodem verzegeld. Dat was in een tuin in Merelbeke niet anders. En toch groeide dit voormalige parkeerterrein uit tot een biodivers paradijs.
Bovenop het asfalt
Het perceel was oorspronkelijk onderdeel van het nat alluviaal kasteelpark van het Hof ter Walle in Merelbeke. Maar eind de jaren 1960 werd de grond bebouwd, onder druk van het uitbreidende centrum. Er werd een strak modernistisch gebouw opgetrokken voor een groepspraktijk van dokters. Hiervoor werd de natte grond flink opgehoogd. Tegelijk werd voor het gebouw een ruim geasfalteerd parkeerterrein aangelegd met aan twee zijden van de parkeerplaats een hoge thuyahaag op een smalle strook vrije grond.
De dokterspraktijk is al een hele poos verdwenen en het gebouw is tot woonhuis verbouwd. Het oorspronkelijk idee was om het parkeerterrein volledig op te breken, af te voeren en om te vormen tot een ecologische siertuin. Maar toen bleek dat er onduidelijkheid was over het materiaal waarmee de grond was opgehoogd en ook over de kwaliteit van de oude asfaltlaag, werd dit idee algauw definitief afgeblazen. Het parkeerterrein zou dus blijven liggen.
Dit betekende concreet dat van de ruim 600 m² voortuin hooguit een kleine 20 procent onverhard was. Ondertussen is het parkeerterrein omgetoverd tot een verrassend weelderige tuin. De beschaduwde toegangsweg tussen hoge ligusterhagen verhoogt nog het verrassingseffect.

Nat grasland
Het terrein grenst met de ondiepe achtertuin aan een bosrijk deel van het kasteelpark van het Hof ter Walle. De wallen of grachten moesten destijds het natte gebied voldoende ontwateren. De gracht tussen de achtertuin en het park is behouden zonder harde perceelsgrens waardoor hier een mooi dieptezicht ontstaat. Dit opgehoogde deel van de tuin is gedeeltelijk terug afgegraven om opnieuw te vernatten en een nat grasland te laten ontwikkelen met veel ratelaar, echte koekoeksbloem en hangende zegge.
Kleine zitvlonders fungeren als stapstenen naar de nieuw geprofileerde gracht. Het beheer van het hooiland is gericht op een zo groot mogelijke floristische variatie met veel kleur. De variatie van nat grasland, droogvallende gracht, bosrand en aanpalend bos is niet alleen zeer aantrekkelijk, maar biedt ook voor allerlei dieren nest-, schuil- en overwinteringsplaats.

Heuvel als scherm
In de voortuin gebruikten we de uitgegraven grond om een heuvel op te werpen bovenop het asfalt, die meteen ook visueel de toegangsweg en het parkeerterrein afschermt. De kleine heuvel is onder andere begroeid met diverse siergrassen, grote veldbies (Luzula sylvatica), hoge sedums (Sedum spectabile ‘Herbstfreude’), meerstammige kleine esdoorn (Acer tatarica ssp. ginnala) en vlinderstruiken (Buddleja davidii).
In de randen met open grond plantten we struiken zoals eikenbladhortensia (Hydrangea quercifolia), geurende kamperfoeliestruik (Lonicera fragrantissima), Viburnum carlesii en wat kleinfruit, enkele bomen – onder andere lijsterbes (Sorbus aucuparia) en appel (Malus domesticus ‘Keuleman’) – en kruidachtigen. Deze los uitgroeiende heggen met enkele opgaande bomen zorgen voor volume en hoogte, benadrukken het intieme karakter van de tuin en verhogen de privacy.

Verschillende biotopen
Het mooie van dit tuinverhaal? Dat de startsituatie met een groot geasfalteerd parkeerterrein en een brede thuyahaag op z’n zachtst gezegd weinig belovend was, maar dat er dankzij een flinke portie creativiteit toch een heel erg mooie en tegelijk ecologisch interessante stadstuin is ontstaan. De bewoners zijn alvast erg gelukkig met de metamorfose en genieten vooral van de grote variatie en van de natuur.
In deze tuin zijn, ondanks de bizarre uitgangssituatie van de ‘bodem’, heel erg verschillende biotopen ontstaan. Achteraan ontstond een echt bosbiotoop met bos en bosrand. Aansluitend is er een uitgesproken nat biotoop met een gracht en nat grasland. Beide sluiten aan bij wat hier vroeger van nature al was. Als gevolg van het asfalt werd de voortuin een compleet tegengesteld droog biotoop met een grazige heuvel, veel sedums en grind. Zowel in de voor- als in de achtertuin zijn er veel gradiënten die net heel goed zijn voor de biodiversiteit. We bedoelen hiermee de geleidelijke overgangen van het ene naar het ander soort terrein. In een gebied met meerdere gradiënten komen meestal meer soorten voor dan in een homogeen gebied. Hier zijn de belangrijkste gradiënten: droog-nat, hoog-laag, gesloten-open, schaduw-zon, voedselrijk-voedselarm.
