In de lente wil je wel eens grote schoonmaak houden: harken, woelen, uitrukken,… om dan tevreden te zeggen ‘het is netjes’. Prima aanpak om moestuinbedden klaar te maken voor groenten, die samen met diverse andere eenjarige (on)kruidgroei de naakte grond snel bedekken.
Er onstuimig invliegen doe je best niet in een voedselbos, want de bodem zit er vol wortels en uitlopers van meerjarigen. Zoals deze lievevrouwbedstro, die tussen de wormhoopjes door komt piepen, aan de voet van een hazelaar. Deze bodembedekker verbetert de bodemstructuur en dus de waterhuishouding en beschikbaarheid van voedingsstoffen. Verder is het een geliefde insectenplant en hét ingrediënt om maitrank te maken.
Neem dus ruimschoots de tijd om rustig, verwonderd, liefdevol rond te kijken naar al het moois dat momenteel aan het gebeuren is. Een voedselbos is eerder iets van beminnen in plaats van bemeesteren! Verander dus de vraag ‘Wat moet ik allemaal doen?’ in ‘Wat kan ik laten zoals het is en waar moet ik absoluut wel ingrijpen?’ Want meestal lost de natuur het zelf op. Zo kiemde vorig jaar het robertskruid massaal in een jong voedselbos, maar we lieten het betijen en de concurrentie aangaan met brandnetels en melkdistels. Die lastige klanten raakten zo vlot onder controle, de aanplant bleef mooi ogen en het was véél minder werk!
Soms is gericht ingrijpen wél nodig, bijvoorbeeld tegen wildgroei van bramen. Aan hun stengeluiteinden groeien tijdens de winter jonge planten. Je kan ze nu nog vlot uitsteken, laten verdrogen en daarna in de mulchlaag verwerken. Ook de wortelstokken van brandnetels kan je in de vroege lente relatief gemakkelijk loswerken. Gebruik daarvoor een mesthaak of een riek.