‘Half of us has nothing and the other feels too fat’, zingt Sarah Bettens in haar nummer Fine. Ze heeft een punt: ons voedsel wordt oneerlijk verdeeld. De aarde brengt ruim voldoende voedsel voort om elke dag aan alle wereldbewoners een volwaardige maaltijd voor te zetten, als we maar eerlijk delen. Daar wil de Wereldvoedseldag aandacht aan besteden. Want een oproep om voedsel eerlijk te verdelen is ook een oproep om honger uit de wereld te bannen.

‘Je kunt cynisch doen over honger in de wereld of er zelf gewoon vanuit je eigen keuken iets aan proberen te veranderen’, zegt Leentje Speybroeck van Velt, de Vereniging voor ecologisch leven en tuinieren. ‘Want elke kilo voedsel die we weggooien of verspillen is er een te veel. Maar het is ook een kilo die niet naar ons had moeten komen en eerlijk verdeeld kon worden. Daarom: zeven tips om voedselverspilling tegen te gaan. Want overkomt het jou ook wel eens, dat je ondanks alle goede voornemens toch een half brood beschimmeld moet weggooien? Of dat je met honger in de winkel te veel eten meenam en een deel ervan een week later onaangeroerd wegkiepert?’

7 tips om voedselverspilling tegen te gaan

1. Maak een weekmenu op basis van seizoensgroenten en laat die de hoofdrol spelen. Een seizoensgroentenkalender vind je hier en Leentje van Velt legt hier uit hoe zij het aanpakt om met die groenten elke week een gevarieerd menu te koken. Met de hippe weekmenu’s van Madame Zsazsa maak je van dat wekelijkse taakje een echt feest.

2. Red de restjes niet; voorkom ze. Dat wil zeggen: kook porties die je op kunt. Een nukkige kleuter die dan weer veel en dan weer weinig eet? Neem een overblijvende portie mee naar het werk de dag nadien. En verwerk alles: aardappelen in de schil zijn zeker zo lekker, de mooie broccoloroosjes zijn voor de rijsttafel, van de steeltjes maak je soep. Een citroenschil in kleine stukjes is lekker in de risotto, gedroogde citroenschil is overheerlijk in de thee en lang bewaarbaar. Van bloemkoolbladeren maak je de lekkerste curry en het loof van wortelen is een heerlijke basis voor pesto, zeker met een restje kaas.

3. Eet je met je gezin maar een halve bloemkool? Maak dan van de andere helft een broodbeleg. In de Velt-brochure Ecosmos vind je heel wat recepten op het ritme van de seizoenen, maar ook een spiekblad over welke groenten je met welke smaakmakers kunt combineren.

4. Vertrek vanuit groenten, niet vanuit recepten. Hoe vaak gebruik je immers net dat ene kruid of een duimbreed gember en ligt de rest onaangeroerd in de voorraadkast? Laat daarom de recepten je inspiratiebron, maar niet je leidraad zijn. Leentje van Velt schreef er deze brochure improvisatiekoken over, die je prikkelt om te koken met wat je in huis hebt zonder naar de winkel te gaan.

5. Koop minder, maar beter eten. Biologisch voedsel wordt geproduceerd met respect voor de bodem waarin het groeit, zonder pesticiden en kunstmest te gebruiken.

6. Daag jezelf uit om met voor jou onbekende groenten te leren werken, bijvoorbeeld door je te abonneren op een groentetas of -pakket van een CSA-boer. Ga in dialoog met de boer en laat je inspireren door wat hij er zelf mee kookt.

7. Koop lang houdbare basisproducten en bereid je eten weer zelf. Zo weet je wat je eet, zonder onnodige toevoegingen. Een quatre quarts-cake bevat weer vijf ingrediënten (boter, eieren, suiker, bloem en bakpoeder) in plaats van twintig als je ‘m in de supermarkt koopt. Bloem, linzen, kikkererwten, havermout: super lang houdbaar en de basis voor heel wat lekkers!

 
(C) Foto's: Aikon Producties, Barbara Creemers en François De Heel